
Chagi, Typisch taekwondo
Wat is nou zo typisch aan taekwondo? Net als karate heeft taekwondo
een reeks handtechnieken en net als taekwondo heeft het karate
een reeks traptechnieken. Het verschil zit hem in voornamelijk
in dat laatste: de traptechnieken. Afgezien van het feit dat taekwondo
een rijker repertoire heeft aan trappen (net als karate een rijker
repertoire aan handtechnieken heeft) zit het hem vooral in de
uitvoering van die trappen.
Opvallend daarbij is de inzet van de heup. Bij vrijwel alle trappen
wordt de heup mee naar voren bewogen of op mee gedraaid. Op die
manier kom je net weer een 10 to 20 cm verder.
Een paar belangrijke punten
Die heup naar voren bewegen heeft echter een belangrijke consequentie:
de invloed op je evenwicht. Rechtop staan is voor de gemiddelde
taekwondo beoefenaar geen probleem (mag ik althans hopen). Op
één been staan zal ook nog wel lukken.
Moeilijker wordt het al als we één been rustig naar voren strekken,
alsof we een voorwaartse trap maken. Helemaal lastig wordt het
als we de heup ook nog naar voren bewegen. Je zult merken dat
je bovenlichaam naar achteren begint hellen om tegenwicht te bieden.
Dit is het moment waarop evenwicht bewaren moeilijk begint te
worden.
Een tweede punt is de stand van je voet, en wel de voet van je
standbeen. Voor een voorwaartse trap is er geen probleem; je laat
de (tenen van je) voet gewoon naar voren wijzen, maar hoe zit
dat bijvoorbeeld met de cirkeltrap? Als je je standbeen gewoon
laat staan en je standvoet wijst gewoon naar voren dan zul je
met je heup behoorlijk in de knel komen. Sterker nog, de cirkeltrap
is dan onmogelijk: hij ontaardt meer in een schuin omhoog gerichte
voorwaartse trap (degene die het kussentje vasthoudt merkt dat
heel goed: de trap ketst een beetje naar boven toe af).
Wil je de cirkeltrap goed uitvoeren dan zal de voet van je standbeen
opzij of zelfs naar achteren moeten wijzen. Dat is wat we tijdens
de training steeds indraaien op je standbeen noemen en waar we
voortdurend op zullen hameren.
Het derde punt is een veiligheidsaspect: op het moment dat je
de trap maakt moet de voet van je standbeen plat op de grond staan.
Zo niet, dan bestaat er een grote kans dat je valt. Het is erg
verleidelijk om op je tenen te gaan staan: het draait makkelijker
en je komt hoger. Maar je stabiliteit, dat wil zeggen, je evenwicht
lijdt er onder. Vraag maar eens aan iemand met een hoge band of
hij wel eens onderuit gegaan is tijdens een training, en vraag
hem dan ook maar eens of hij daarbij op zijn tenen ging staan.
Ook op dit aspect zullen tijdens de training voortdurend blijven
hameren.
De traditionele uitvoering
Tijdens de stijltraining leggen we de trappen heel erg methodisch
uit: iedere trap bestaat uit 4 verschillende fasen:
• Aanzetten
• Uitstrekken
• Inklappen
• Neerzetten
Laten we de voorwaartse trap, verreweg de eenvoudigste, eens als
voorbeeld nemen om deze vier fasen te illustreren.
Aanzetten
De trap begint met de aanzet. Voor onze voorwaartse trap kunnen
we daar het volgende over zeggen: laat je knie omhoog komen en
in de richting van je tegenstander wijzen, maar laat je onderbeen
nog naar beneden wijzen.
Bij de andere trappen zul je ook vaak zien dat men eerst de knie
richting tegenstander beweegt, maar dat het onderbeen naijlt.
De aanzet van de trap is wellicht het meest cruciale onderdeel.
Zet je niet goed aan, dan wordt de trap niets of hij wordt een
totaal andere trap.
Uitstrekken
Nu komt de echte trap: op het moment dat je knie tot stilstand
komt, komt je onderbeen in aktie. In een korte beweging wordt
het been helemaal gestrekt en raakt de tegenstander.
Inklappen
Met het raken van je tegenstander is de trap echter nog niet afgelopen.
Per slot van rekening sta je nog steeds op één been. Bij een trap
anders dan de voorwaartse sta je misschien ook nog wel een beetje
wankel. De voet waarmee je getrapt hebt moet dus weer terug naar
de vloer. We laten hem echter niet recht naar beneden vallen.
Bij de voorwaartse trap zou je daarbij in een ongemakkelijke spagaat
eindigen en als je trap niet zo succesvol was als je had gehoopt
ben je nu een al te makkelijk slachtoffer.
Nee, we klappen het onderbeen gewoon weer in, terug naar waar
hij vandaan kwam.
Neerzetten
Het laatste stuk is natuurlijk heel eenvoudig: gewoon neerzetten.
Alleen: waar zet je hem neer? Dat is natuurlijk afhankelijk van
de situatie.
Als we de voorwaartse trap uitvoeren zoals hierboven beschreven
lijkt het wel heel erg lachwekkend: knie opbeuren, been strekken,
been buigen, neerzetten. Een beetje als een Houten Klaas. Dat
is uiteraard niet de bedoeling. Hoewel we de trap netjes in vier
fasen ontleed hebben, moeten deze fasen in een snel tempo uitgevoerd
worden. Vooral knie opbeuren en uitstrekken moeten snel achter
elkaar gebeuren en misschien lopen ze ook wel een klein beetje
in elkaar over. Maar alleen een héél klein beetje.
Het moet zo zijn dat je de vier fasen welliswaar snel achter elkaar
uitvoert, maar dat je op ieder moment aan het eind van zo n fase
moeten kunnen stoppen. Als je dat kunt heb je niet alleen de trap
onder de knie, maar beheers je ook je evenwicht.
En probeer het volgende maar eens: snel de trap uitvoeren zoals
boven beschreven, maar halverwege een fase stoppen. Dat zal moeilijk,
zoal niet onmogelijk zijn.
Zijn wedstrijdtrappen anders?
Als je naar een taekwondo wedstrijd kijkt krijg je misschien het
idee dat een trap tijdens zo'n wedstrijd heel anders is. Vooral
de laatste twee fasen, het inklappen en neerzetten lijken heel
anders. Toch is dat niet waar. Als je de trap in een slow motion
zou bekijken, dan zie je dat een wedstrijd taekwondo-in wel degelijk
zijn been na een trap weer terug trekt. Hij zal nooit na een trap
zijn evenwicht verliezen, m.a.w. hij zet gecontroleerd zijn been
weer neer. En dat is nou precies waar die laatste twee fasen van
onze ontleding op doelen. Bewaar je evenwicht!
Verder zal een wedstrijd taekwondo-in ook aan het eind van iedere
fase kunnen stoppen, een teken dat ook hij (misschien onbewust)
het vier fasen model hanteert.
Traphoogte
Als we onze traptechnieken alleen maar konden loslaten op buik
en borst van onze tegenstander dan zou taekwondo misschien erg
saai zijn. Maar vrees niet, we kunnen trappen laag uitvoeren (naar
de knie�n, al is dat niet helemaal volgens het wedstrijdregelement),
op gewoon niveau naar buik en borst zoals we die al kennen, wat
hoger (naar het hoofd, merkwaardigerwijze wel helemaal volgens
het wedstrijdregelement) en erg hoog.
Lage trappen zijn gericht naar benen en dan hoofdzakelijk naar
de knieen. De uitvoering van lage trappen stellen fysiek niet
zo veel voor, hoewel ze soms toch wel lastig zijn: een lage voorwaartse
trap? Probeer het maar eens, het voelt erg raar. Een lage zijwaartse
trap daarentegen voelt al veel natuurlijker aan. Hoge trappen
stellen al meer eisen aan de lenigheid, maar extreem lenig hoef
je daar nog steeds niet voor te zijn. Goed indraaien op je standbeen
en wat meer met je bovenlichaam overhellen doet wonderen. Toch
is het raadzaam om niet meteen bij het begin van de les al hoge
trappen uit te voeren.
De erg hoge trappen, hoe zit dat dan? Wel, wie wel eens naar de
Karate Kid gekeken heeft kent het fenomeen gesprongen trap. Daar
kun je erg hoog mee komen. Je kunt je voorstellen dat je als kleine
taekwondo-in tegenover een reus van een tegenstander komt te staan
en dat je wel eens zou moeten springen om dat hoofd eens goed
te raken.
De uitvoering van een gesprongen trap is in tegenstelling tot
wat de meeste mensen denken, doorgaans niet al te moeilijk. Het
belangrijkste obstakel is durf. Je moet het lef hebben om, zoals
bijvoorbeeld bij een gesprongen cirkeltrap, je lichaam omhoog
te slingeren in de lucht je hele lichaam opzij te draaien en dan
ook nog eens een hoge trap uit te voeren, en je pas daarna te
bekommeren over hoe je heelhuids weer naar beneden komt.
Op de tweede plaats komt natuurlijk de techniek. Iedere trap heeft
zo zijn eigen problemen als je hem gesprongen uitvoert. Nemen
we de voorwaartse trap met rechts weer even als voorbeeld, dan
gaat hij als volgt (vanuit stand):
• Gooi je linkerknie omhoog, dit is de eigenlijk sprong.
• Trap, flink afzettend om nog hoger te komen, met rechts hoog
naar voren.
• Land weer op je linker voet.
Dezelfde techniek daarentegen zal bij de zijwaartse gesprongen
trap waarschijnlijk alleen maar tot ongelukken leiden, als je
het al voor elkaar krijgt.
Een van de meest opvallende dingen tijdens een training is dat
mensen een lange aanloop willen nemen. Dat is nergens voor nodig:
je kunt nog zo hard rennen, hoger zul je er niet door springen,
wel verder. Sommigen bij wie durf nog steeds het belangrijkste
obstakel is, nemen ook wel eens een lange aanloop, om vervolgens
bij het doelwit vrijwel helemaal tot stilstand te komen en dan
proberen de gesprongen trap vanuit stand te doen. Vreemd.
De belangrijkste trappen op een rijtje
Voor de beginnende en ook voor de nog niet zo ver gevorderde taekwondo-in
zijn de volgende vier trappen de belangrijkste, zeg maar de basistrappen:
• Voorwaartse trap
• Cirkeltrap
• Achterwaartse trap
• Zijwaartse trap
Afgezien van de achterwaartse trap komen ze allemaal in de poomsee's
voor. Hierna komt een korte beschrijving van deze vier basistrappen.
Voorwaartse trap (ap chaggi)
De voet van het standbeen wijst naar voren. Het trefvlak van de
voet is ofwel de wreef (als we met de kussentjes oefenen), ofwel
met de bal van de voet (als we echt met een tegenstander bezig
zijn of als we de poomsee's lopen). Probeer in ieder geval te
vermijden dat je met de hak trapt. Hoewel dat de tegenstander
zeker pijn zal doen, moet je hem dan wel eerst zien te raken.
Door met de hak te trappen kom je namelijk minder ver dan wanneer
je met de bal van de voet trapt. Vergeet ook de tenen niet omhoog
te trekken.
De aanzet is je knie omhoog trekken in de richting van de tegenstander,
iets hoger dan je band, je standvoet blijft naar voren wijzen.
Onderbeen uitklappen richting tegenstander en treffer plaatsen.
Onderbeen weer inklappen en daarna voor of achter neerzetten.
Cirkeltrap (dollyeo chaggi)
De voet van het standbeen wijst schuin naar achteren of zelfs
helemaal naar achteren. Het trefvlak van de voet is meestal de
wreef of soms de bal van de voet. Als je met de bal van de voet
trapt is het erg belangrijk om de tenen goed op te trekken.
De aanzet van de trap is als volgt: draai op je standbeen tot
je voet op zijn minst schuin naar achteren wijst, je knie wijst
naar je tegenstander, je onderbeen hangt horizontaal in de lucht,
maar is nog steeds ingeklapt. De meest gemaakte beginnersfout
is niet voldoende indraaien, dat wil zeggen, de voet van het standbeen
wijst niet naar achteren.
Het uitklappen gaat zoals gewoonlijk snel. Het inklappen eveneens.
Het neerzetten kan echter op verschillende manieren, afhankelijk
van, zoals eerder gezegd, waar je je voet wilt neer zetten: voor
of achter.
Achterwaartse trap (dwit chaggi)
De voet moet nu wel recht naar achteren wijzen. Trefvlak van de
voet is de hak of de hele voetzool. De aanzet van de trap is lastig
aangezien je helemaal om je as moet draaien om met de rug naar
de tegenstander uit te komen. Je knie moet hoog opgetrokken zijn.
Het uitstrekken gaat dan recht naar achteren. Als je je knie bij
de aanzet niet hoog genoeg opgetrokken hebt, bestaat er een grote
kans dat je te laag trapt.
Bij het uitstrekken mag je over je schouder naar de tegenstander
kijken. Voordeel hiervan is natuurlijk dat je je tegenstander
ziet en weet welke kant je optrapt. Voor beginnende taekwondo-in
is dat natuurlijk nog OK, maar voor gevorderden is het af te raden.
Het grote nadeel van meekijken over je schouder is namelijk dat
je te ver doordraait. Hierdoor verandert de trap in een soort
achterwaarts ingedraaide zijwaartse trap. Naarmate je de trap
beter gaat beheersen en hem sneller kunt uitvoeren, wordt de kans
groter dat je te ver doordraait.
Het inklappen of intrekken van de achterwaartse trap is een beetje
bijzonder. Er zijn namelijk twee mogelijkheden: ofwel je trekt
je been terug en je blijft met de rug naar de tegenstander gekeerd
staan, maar dan moet er meteen een andere aktie volgen (bijvoorbeelde
nog een achterwaartse trap) of je draait tegelijk met het terugtrekken
van het been door zodat je je tegenstander weer voor je hebt.
Neerzetten is uiteraard afhankelijk van welke wijze van inklappen
je gekozen hebt.
Zijwaartse trap (yeop chaggi)
De voet van het standbeen wijst schuin naar achteren of zelfs
helemaal naar achteren. Het trefvlak van de voet is bij deze trap
wat ongewoon: de zijkant van de voet (de mesvoet). De aanzet is
bij deze trap erg belangrijk en maakt hem voor de meeste mensen
in het begin erg moeilijk: net als bij de cirkeltrap draait je
in op je standbeen tot je voet schuin naar achteren wijst, of
zelfs recht naar achteren. Je knie komt daarbij omhoog, zo hoog
mogelijk, maar je laat hem niet naar de tegenstander wijzen maar
zelfs er voorbij. Schouder, heup en hak zitten op een lijn en
wijzen naar de tegenstander.
Het uitstrekken is eigenlijk heel simpel: je voet (die tussen
jou en je tegenstander zit) gaat in een rechte lijn naar de tegenstander.
Het enige moeilijke hierbij is dat de tenen van je voet naar beneden
moet wijzen. De zijkant van je voet kantelt dan vanzelf richting
tegenstander.
Inklappen is weer redelijk simpel, gewoon je voet weer terugtrekken
tot je weer in de houding van de aanzet uitkomt. Je zou nu nog
een keer kunnen trappen. Neerzetten is zoals je verwacht.
Enkele andere trappen
Neerwaartse trap (Naeryo chaggi)
Het trefvlak van de voet is de hak of de hele voetzool. De aanzet
is wederom de knie omhoog in de richting van de tegenstander brengen,
maar in tegenstelling tot de voorwaartse trap breng je hem nu
zo hoog mogelijk. De standvoet wijst nu nog naar voren.
Uitklappen is net als bij de voorwaartse trap, maar nu natuurlijk
schuin omhoog. Als de voet bijna op zijn hoogst is, draait je
standvoet een klein beetje naar buiten. Dit brengt de voet (waarmee
je trapt) nog verder naar voren, idealiter boven het hoofd van
de tegenstander, maar boven de schouder is ook al goed.
Tot op dit moment heb je de tegenstander nog steeds niet geraakt.
Bij de neerwaartse trap raak je de tegenstander namelijk bij het
inklappen van het been. Het is duidelijk dat dit dus weer snel
moet gebeuren en het gewicht van je been zorgt voor extra kracht.
Neerzetten bij een neerwaartse trap is misschien een beetje tricky,
als je bedenkt dat de trap naar beneden gercht is en misschien
op de tegenstander "blijft liggen". Voorzichtigheid
is dus geboden, hoewel de tegenstander bij zo'n trap meestal wel
terugdeinst (of misschien zelfs wel neer gaat).
Duwtrap
De duwtrap is een "typische wedstrijd trap" en kan eigenlijk
niet stilstaand uitgevoerd worden zoals alle andere trappen die
we tot nog toe besproken hebben. De aanzet: terwijl je naar voren
beweegt trek je je knie zo hoog mogelijk op. Nog steeds in diezelfde
voortgaande beweging strek je je been naar voren uit en duwt met
de zool van je voet de tegenstander naar achteren. Als je been
helemaal gestrekt is trek je hem terug (inklap fase dus) en je
zet hem weer voor je neer. Je gebruikt dus je lichaamsgewicht
en snelheid samen met de duwkracht van je been om de tegenstander
uit balans te brengen. Het is een ideale trap om de aanval mee
te openen.
Een veel voorkomde fout is dat men wel met een vooruitgaande beweging
begint, maar stopt zodra men de voet op de tegenstander gezet
heeft. Dan pas begint men puur met de kracht van zijn been te
duwen. Met andere woorden alle snelheid en kracht die je in de
aanzet opgebouwd hebt gaat in rook op en alleen de kracht van
het been blijft over.
Spin-dollyeo
De spin dollyeo is eigenlijk een "achterom ingedraaide dollyeo
chagi". Wat betekent dat nu? Wel, tot nog toe hebben we de
trappen besproken alsof we ze vanuit stilstand uitvoeren (met
uitzondering van de duw trap hier voor). Maar het zal maar zelden
voorkomen dat je tijdens een gevecht (hetzij in een wedstrijd,
hetzij in een noodsituatie) stilstaat. Daarom oefenen we tijdens
het trainen natuurlijk ook steppingstechnieken.
Stel je staat links voor in de wedstrijdhouding en je wilt een
spin dollyeo maken. Je stapt achterom naar voren (dat wil zeggen
je achterste, rechter, been gaat links van je voorste been langs,
waardoor je dus een keer helemaal om je as draait), maar nog voor
je je been neerzet, maak je al een dollyeo chagi met je linker
been. De snelheid die je krijgt door om je as te draaien, wordt
dan aan de snelheid van je onderbeen toegevoegd en de trap komt
des te harder aan.
Panda (Bandae dollyeo chagi)
De "Panda" (of Bandae eigenlijk, maar dat zegt niemand)
is misschien het kroonjuweel van de taekwondo trappen. De panda
begint net als de spin dollyeo door achterom in te draaien. Het
been waarmee je trapt wordt omhoog gebracht tot naast het hoofd
van je tegenstander en terwijl je je been inklapt raak je dat
hoofd. Daarna doordraaien totdat je been voorbij het hoofd is
en neerzetten (voor of achter). Je raakt de tegenstander met je
hak of de voetzool.
Er zijn diverse manieren om de panda aan te leren en iedere trainer
heeft zo zijn eigen methode, maar daar gaan we hier niet verder
op in.
Meer dan één trap
In wedstrijden zul je maar zelden zien dat één enkele trap uitgevoerd
wordt en dan weer even rust heerst. Nee, meestal komen ze met
twee, drie of meer achter elkaar. Dat kan alleen als je tussen
de trappen door controle over je evenwicht hebt.
Tijdens de stijltrainingen zullen we vaak oefeningen doen om twee
of meer trappen achter elkaar te doen. Een hele interessante is
de dubbele dollyeo: fase 1, 2 en 3 worden uitgevoerd, maar fase
vier, het neerzetten wordt al weer gecombineerd met fase 1 van
de volgende trap. Uiteraard kun je er nog een derde, vierde etc
aan vast knopen.
Combinaties zoals dollyeo en dwit (cirkeltrap en achterwaartse
trap) kun je alleen goed uitvoeren als je tussen door heel even
in een goede wedstrijdhouding uitkomt. Fase vier, het neerzetten,
is dan dus weer erg belangrijk.